
En dan denk je in de herfst dat je in de winter mooi wat tuinklussen kan doen die er in het voorjaar en in de zomer niet van komen. En dan begint opeens de lente z’n gezicht te laten zien in de vorm van sneeuwklokjes en andere bolgewassen die de kopjes boven de grond uit gaan steken.
Dus nog steeds geen nieuw terras en nog steeds de verrotte planken op het dak van mijn huisje niet vervangen. Maar even niks qua tuin is ook wel lekker.
Toch is de winter ook het perfecte moment om plannen te maken voor het komende tuinseizoen. Denk aan het opstellen van een nieuw moestuinschema - wat komt waar te staan - het uitkiezen en bestellen van groentezaden en pootgoed en het opstellen van een lijst met tuinklussen voor het komende jaar. Met een kop warme thee, zadencatalogi en een stapel tuinboeken komen de plannen en ideeën op gang en kan ik alvast gaan dromen van een moestuin vol groentes, fruit, kruiden en bloemen. Daarnaast is de winter ideaal om de kennis over tuinieren te vergroten. Ik zit sinds een jaar in de educatiecommissie van de tuinvereniging en heb inmiddels al 2 cursussen georganiseerd, over het snoeien van fruitbomen en - struiken en over het herkennen van vogelgeluiden, en volg ze ook maar zelf. Ik verdiep me in nieuwe mogelijkheden: cursussen over permacultuur, onderhoud van tuingereedschap of over plaagdieren.

Op de tuin

Ik had dit jaar nauwelijks gewassen gezaaid die in de herfst en winter nog oogst gaven. De courgettes waren begin van de herfst op, de boerenkool was door hongerige tuindiertjes opgevroten, evenals de biet en de andijvie. Het overige late zaaigoed is überhaupt nooit opgekomen. Maar niet getreurd, genoeg andere dingen te doen. Er zijn groenbemesters gezaaid, die in de herfst zorgen voor groene bakken en soms ook bloemetjes. De knoflooktenen zijn in oktober de grond in gegaan en staken al snel hun groene nekjes boven het maaiveld uit.
Weet je trouwens dat je zelf ook knoflook kan kweken, zelfs in een pot op een balkon? Gebruik biologische pootknoflook, de knoflook uit de supermarkt is vaak behandeld met een middel waardoor ze niet goed zullen kiemen. Gebruik de grootste tenen en stop die in oktober of november in de aarde, met de platte kant naar onderen en de puntige bovenkant ongeveer 2,5 cm onder het grondoppervlak. Zorg voor een onderlinge afstand van ongeveer 15 cm. Afhankelijk van de grootte van de pot passen er 3- 6 tenen in 1 pot. Zodra het loof geel wordt, kun je de knoflook oogsten. Als het goed is, is er dan uit elke teen weer een hele bol gegroeid.


Verder waren er nog wat bloemen in de bedden te zien zoals de goudsbloem die tot laat in het najaar en zelfs in de winter nog fel oranje en geel bloeide. Deze hoeft niet meer gezaaid te worden. Hij zaait zich vanzelf uit door de zaadjes die op de grond vallen na het bloeien.

Er waren momenten in het najaar dat het regende en koud was, maar in november kon ik toch ook nog met een vriendin – weliswaar onder een dekentje – het nieuwe bankje uitproberen dat ik van een andere tuinder kon overnemen




Een typische winterklus is het knotten van de wilgen. Er wordt gezegd dat het tussen november en maart de beste tijd is om te snoeien. Maar ook dat je niet elk jaar hoeft te snoeien, maar om de 2-5 jaar. Als ik dat niet zou doen, worden de takken zo dik, dat er geen doorkomen meer aan is. Ik heb er 4 langs de sloot staan en het knotten doe ik graag met de hand. Hard werken met koud droog weer is een ideale combinatie. Dit keer heb ik geprobeerd om bij sommige wilgen een paar takken te laten staan voor de vogels. Met een zonnetje en ijs op de sloten is het heerlijk knotweer. Gelukkig gaf november een paar van dit soort dagen cadeau.

De afgeknipte twijgen en afgezaagde takken worden eerst op een hoop gegooid.

Daarna worden de dikkere takken ontdaan van alle twijgen en die verdwijnen in de takkenril die grenst aan de buurtuin.


En dat uitgebloeide bloemen niet altijd lelijk hoeven te zijn, bewijzen o.a. de bloemen van de hortensia. Ze lijken wel van kant en ik vind ze persoonlijk mooier dan de levende bloemen. Dat geldt ook voor de klaproos, wat een schoonheid. Het is gewoon de kunst van de natuur.
Uit de keuken

Natuurlijk moest de gemaakte jam weer worden verkocht dit najaar. Mijn collega’s zijn dankbare en enthousiaste klanten. Dit jaar waren er wat minder potten te verkopen doordat de oogst wat tegenviel, daardoor ging de verkoop extra snel. Ik begon met 1 volle tafel ....

... en 2 uur later stonden er nog wat potjes verspreid over de tafel. Het leek alsof de collega’s buitelend over elkaar de dolle dwaze dagen van de Bijenkorf hadden bezocht. Maar niets was minder waar. De jammetjes hadden hun weg weer gevonden naar beschuitjes, boterhammen en kommetjes yoghurt bij de collega's thuis.

In februari 2025 heb ik de laatste potten jam nog verkocht op het werk.
Daarnaast heb ik nog een actie voor de oefenwoning georganiseerd. Dat is een ruimte in de nieuwe locatie van Rijndam Revalidatie, waar kinderen met hun ouders woonaanpassingen en hulpmiddelen kunnen uitproberen. Ik had er een proefwoning voor gemaakt, een houten huis met daarin verschillende cakes die per plak werden verkocht. Ook dat ging rap. Binnen een uur waren er al bijna 4 cakes verkocht. Tegelijkertijd heb ik de collega’s gevraagd welke cake ze het lekkerst vonden. Er sprongen er 3 uit: de hazelnootcake met chocola , de courgette-yoghurtcake en de citroen-maanzaadcake. En nu eens kijken welke ik het eerst op de website ga toevoegen zodat jullie die daar kunnen bestellen. Leuk voor een verjaardag of een ander feestje!

Van de naald

De gehaakte slingers gaan als een speer! Er is veel animo voor en ik heb er al diverse bij moeten maken. Het is leuk om te doen en ik ben nog bezig om te kijken of ik hier nog variaties op kan maken.

Af en toe bestel of koop ik een nieuw garen en daar word ik dan zo blij van: wat zal ik hier toch weer van gaan maken?

Vrienden die hun 3de kleinkind kregen, kochten een VillaNora-dekentje, waar het kleine ventje vanaf dag 1 al heerlijk onder ligt.
Op het papier
Als boek kies ik deze keer voor een boek van een bioloog/fotograaf, die ik laatst heel enthousiast heb horen spreken op een lezing. Ik werd er zelf ook heel erg door geïnspireerd. Het betreft Mijn 1000 soortentuin van Luc Hoogenstein.


In de pauze van de lezing van Luc Hoogenstein sprak ik met hem over de beestjes op mijn tuin en hoe leuk het is als je weet hoe ze heten, als er een naam bij gezocht is. Het is net alsof ze dan meer betekenis gaan krijgen. Zo heb ik inmiddels al de bladpootrandwants (zie foto), de kraamwebspin, de bessenschildwants (die zat ook in de zwarte bessenstruik nota bene) en de wilgenhoutvlinder op mijn tuin kunnen verwelkomen.
In de coronatijd moest Luc noodgedwongen thuiswerken, wat hij als ecoloog en bioloog niet helemaal had verwacht. En wat moet je dan? Dan ga je in je eigen stadstuin op zoek naar alles wat daar leeft aan dieren en planten. Hij wilde binnen een jaar 1000 soorten ontdekken, maar dat aantal bleek groter te zijn.
Mijn 1000 soortentuin is een praktische handleiding, waarin hij beschrijft wat je nodig hebt om zoveel soorten in je eigen tuin te vinden, hoe je ze kunt ‘lokken’ en hoe je ze herkent.

Gewoon elfenbankje

Gewoon purperschaaltje
Sabine en ik hebben nu afgesproken dat we gaan proberen om ook wat vaker stil te zitten in de tuin, om beestjes en plantjes op te sporen. We hebben er al 2: het gewoon elfenbankje en het gewoon purperschaaltje, een korstmos die op de wilg huist. Allebei schijnbaar heel normaal, maar wij vonden ze bijzonder. En terwijl ik dit stukje schrijf en er de foto’s bij zoek, zie ik dat het gewoon purperschaaltje ook op de eikenstronk zit bij het elfenbankje.
Toch heel gewoon, dus.